Over de auteur
Marleen Leenders (1964) studeerde in Utrecht Nederlandse Taal- en Letterkunde met als hoofdvak Taalbeheersing en als bijvak Massacommunicatie en Public Relations. Zij heeft veel onderwijsmateriaal ontwikkeld voor zowel schriftelijk als mondeling onderwijs op mbo- en hbo-niveau. Zij verzorgt trainingen in het bedrijfsleven, waardoor zij weet aan welke communicatieve vaardigheden men bij het uitoefenen van een beroep behoefte heeft. Deze trainingen hebben betrekking op vaardigheden als schriftelijk rapporteren, correspondentie, vergaderen, presenteren in het openbaar en telefoneren. Kleinere organisaties adviseert zij op het gebied van taalkundige huisstijl en communicatief beleid. Daarnaast heeft zij veel onderwijservaring bij verschillende hbo’s. Deze ervaring heeft zij gebruikt bij het schrijven van dit boek en de ontwikkeling van branchegericht oefenmateriaal voor de studenten.
- Schriftelijke communicatie rond de balie
- Mondelinge communicatie aan de balie
- Verkoop: van advies naar reservering
- Communiceren en solliciteren in het toeristische werkveld
- Communicatie! Schrijven en spreken op hbo-niveau.
Passie voor … Zeeland!
Docenten hebben veel vakantie en kunnen dus heel vaak op reis. Althans, zo denken mensen die niet in het onderwijs werkzaam zijn nogal eens. Zij zien niet de hard zwoegende docent die zijn vele correctiewerk heeft opgespaard tot de lesvrije periode, die het bezoek aan tandarts, kapper, huisarts, schoonouders en opticien uitstelde tot dat ene weekje in oktober of februari. Maar in de zomervakantie, dan gaan docenten los! Ontdaan van alle roosters, niet-werkende computersystemen, cijfervergaderingen en second-opinion-eisende leerlingen staan ook zij nu voor dé periode van het jaar waar ze het allemaal voor doen: de vakantiereis!
Al in september slaan mijn gezin en ik er de brochures voor de volgende zomer op na: zonovergoten stranden en prachtige vergezichten, mysterieuze tropische bossen en stoere bergformaties lokken ons op elke foto. In mijn gezin leidt dat altijd tot een verlekkerde opsomming van alle moois en goeds dat we willen zien en doen, steevast gevolgd door een minstens zo lange opsomming van alles wat we willen vermijden. We willen zon, maar geen muggen, we willen strand, maar geen saaie zandvakantie op een overbevolkt en vies lapje grond naast een van zonnebrandolie vettige zee. We willen lekker eten, maar wel vegetarisch, we willen boeiende mensen, maar we moeten hen wel kunnen verstaan. Dan vallen de meeste buitenlandbestemmingen al af … En geloof het of niet, al vijftien jaar trekken we elke zomer weer naar Zeeland, voor ons de mooiste provincie van Nederland. Waar zijn de stranden zo breed, de mensen zo vriendelijk, de pruimen zo zoet, waar is de lucht zo zout, het licht zo mild, de zee zo schoon?
Elke provincie van Nederland heeft inmiddels wel ontdekt dat toerisme loont. Er valt geld te verdienen als men het de toerist naar de zin maakt. Zo zijn er in Zeeland folkloristische markten, demonstraties babbelaars maken en ringrijden. Wil men iets bijzonders, dan kan de toerist mee met speciale rondleidingen door historische gebouwen of natuurgebieden. Mocht het een keer regenen, dan kan men steevast rekenen op die grootste paraplu van Nederland: de musea. Het onverwacht sfeervolle Maritiem Museum in Zierikzee, het prachtig opgezette Muzeeum in Vlissingen, het Zeeuws Museum en de Glazenkast in Middelburg en uiteraard Terra Maris, het natuurmuseum in Oostkapelle. Zo kan ik nog wel doorgaan met mijn opsomming, maar ik mag deze tekst niet te lang maken.
Beweging kan men genoeg krijgen in Zeeland. Op elk eiland kan men strandritten te paard maken. Terwijl de zon de zee oranje kleurt, galopperen door de branding … Dat is een beeld waarbij elke paardenvriend een glimlach op de lippen krijgt. En heeft iemand wel eens uitgerekend hoeveel kilometer fietspad er in deze provincie ligt? Fietsend van pontje naar pontje, via stadjes en boomgaarden, zou je als docent bijna vergeten wat lesgeven is. Volgens de Vlaamse schrijver Hubert Lampo zou het heel goed kunnen dat de Griekse hemel, de Elyseïsche velden, in Zeeland gesitueerd moet worden. Hij zou wat mij betreft zomaar gelijk kunnen hebben. Wandelen kan op heel veel plekken in Zeeland, maar mijn persoonlijke voorkeur gaat uit naar het strand, vooral naar de plekken waar alle wandelaars strak naar beneden turen, op zoek naar haaientanden die hier aanspoelen.
In september zie ik mijn collega’s terug. Ze zitten vol verhalen: hoeveel dagen het rijden was naar hun bestemming, hoe heet het was, hoeveel gaten er in de klamboe zaten, hoe blij ze waren toen ze na drie dagen zoeken veilige opvolgmelk konden kopen voor hun peuter. Vreemd genoeg ben ik dan degene die meewarig wordt aangekeken als ik vertel dat ik in Zeeland was, slechts twee uur reizen, fantastisch klimaat en alles te koop… Dat is immers geen reis?
Hoe ver moet je reizen om je tocht als een reis te ervaren? Reizen is niet slechts het afleggen van een afstand; dat is eerder een noodzakelijk kwaad. Reizen is het beleven van een locatie, het ervaren van een andere omgeving. Nederland heeft in al zijn provincies zo veel te bieden op het gebied van natuur en cultuur. De museumdichtheid is enorm: er zijn er zonder overdrijving honderden. Mensen die beweren dat musea saai zijn, verraden gelijk dat ze er de afgelopen dertig jaar niet zijn geweest. Bijna elk museum heeft tegenwoordig een educatieve dienst, die op allerlei verschillende manieren de interactie tussen de objecten en de bezoeker tot stand brengt. Op natuurgebied kennen we wetlands, Wadden, polders, meren, bossen, heide en heuvels, en niet zelden zijn deze internationaal beroemd. Het is me al meer dan eens overkomen dat ik op zo’n prachtig stukje Nederlandse grond de enige Nederlander was, omringd door mensen die vanuit verre buitenlanden gekomen waren om eidereenden te zien, bijvoorbeeld…
Zeeland is en blijft mijn passie, maar ik wil de rest van Nederland niet tekortdoen. In elke provincie van ons land is zo enorm veel te beleven op cultuur- en natuurgebied. Om de tekst eerlijk te houden, steek ik daarom nog even het land diagonaal over. Wat is Groningen prachtig! Langs de rondweg om het Lauwersmeer zijn op veel plekken vogelhutten geplaatst, die uitzicht bieden op grote groepen roofvogels. Om daar te komen, loop je tussen kuddes wilde paarden en wilde runderen door. En als je daar dan toch in de buurt bent, bezoek dan eens het theemuseum in Houwerzijl. Mensen die daar eenmaal zijn geweest, drinken hun thee met meer aandacht dan tevoren. Zeker, ook Groningen is uniek te noemen, net als Drenthe (heide en hunebedden), net als Limburg (mergelgrotten en heuvellandschap), net als elke prachtige provincie van ons unieke land!
De ontsluiting van uniek Nederland is een punt van aandacht voor iedereen die zich bezighoudt met binnenlands en inkomend toerisme. Gelukkig komt er steeds meer aandacht voor de wijze waarop met wijs beleid toerisme duurzaam kan worden. Toeristen mogen de uniciteit immers niet verwoesten, waardoor een gebied door zijn eigen populariteit te gronde zou kunnen gaan. En ik ben er trots op dat ik, al is het maar een heel klein beetje, kan bijdragen aan deze duurzaamheid. Goede communicatie is bij zulk wijs beleid immers van doorslaggevend belang. Het is erg prettig om te weten hoeveel talentvolle jonge mensen zich op mbo’s en hbo’s bekwamen om dergelijk beleid te kunnen blijven voeren. Ik wil namelijk nog heel veel jaren naar Zeeland …